Deze week tien jaar geleden kwam het telefoontje. Het was Felicia Sanders van de Mother Emanuel Church in Charleston, South Carolina. Kom zo snel mogelijk, zei ze, er is iets vreselijks gebeurd.
Singleton ging er meteen heen en daar hoorde hij dat zijn moeder met nog acht was vermoord door een white supremacist – iemand die uitgaat van de superoriteit van het witte ras. Het was de dodelijkste schietpartij in een Amerikaanse kerk tot dan toe.
De dagen na die 17e juni hoorde Singleton via het nieuws meer details. De moordenaar was heette Dylann Roof. Hij woonde twee uur rijden verderop en had de kerk – de oudste Afrikaanse episcopale methodistenkerk in het zuiden van de VS – een aantal keren verkend. Die woensdagavond was hij verwelkomd op een bijbelstudiegroep in de kerk, waar gemeentelid Myra Thompson een inleiding hield over de gelijkenis van de zaaier.
Met zijn hoofd gebogen zat Roof zo’n drie kwartier lang zwijgend naast de voorganger van de kerk, terwijl de groep het gedeelte besprak. Toen omstreeks negen uur het afsluitende gebed begon, pakte Roof zijn geweer en begon te schieten.
Hij maakte negen slachtoffers; een paar mensen overleefden, onder wie Felicia Sanders, die zich met haar kleindochter onder een tafel verstopte, terwijl Roof haar zon doodschoot.
Ineens stond de Mother Emanuel Church midden in de schijnwerpers. Er ontstonden discussies over racisme, wapengeweld en wat de oude vlag van de zuidelijke staten van de VS vandaag betekent. Er kwam ook een debat over vergeving – en de grenzen daarvan – toen sommige nabestaanden zeiden dat ze Roof vergaven, terwijl die geen enkel berouw toonde.
Een van die nabestaanden was Singleton, toen achttien jaar. De avond na de schietpartij zei hij tegen een journalist dat zijn gezin Roof vergeven had. Dat had hij niet van tevoren bedacht. ‘Het was de heilige Geest die me dat op mijn hart gaf – en op mijn lippen’, zei hij onlangs tegen deze krant.
In de tien jaar daarna reisde hij het land door om voor studenten, maatschappelijke organisaties, sportverenigingen en leerkrachten te spreken over de duistere dag die zo belangrijk werd voor het doel van zijn leven.
Dat doel is, zoals Singleton het graag zegt, het tegengestelde te zijn van de moordenaar van zijn moeder. Hij spreekt vaak over het uitroeien van racisme en respect voor de verschillen tussen mensen – over liefde en eenheid, al begrijpt hij dat eenheid iets is waar je een beroep op doet, niet wat je afdwingt.
Als hij een persoon kan bereiken die anders misschien de volgende Roof was geworden, zegt hij, zou het hele project voor hem een succes zijn. Zijn boodschap is niet dé oplossing voor raciaal onrecht in Amerika, dat geeft Singleton grif toe. Het is een manier om hoop vast te pakken te midden van een gure wind, een reëel en ongepolijst teken dat de heilige Geest in de levens van mensen werkt, ondanks onvoorstelbare pijn.
Singleton woonde sinds zijn elfde in Charleston. Hij herinnert zich dat zijn vader te veel dronk, wat spanning gaf tussen zijn ouders; uiteindelijk gingen ze uit elkaar. Ineens was zijn moeder kostwinner voor haar gezin met drie kinderen, als sportcoach op een middelbare school.
‘Het was een zegen dat ze nooit iets negatiefs zei over mijn vader, ook als hij dat wel verdiende’, zegt Singleton. Daarin was ze een voorbeeld voor haar zoon, die dol was op zijn vader.
Na een tijdje ging het gezin naar de Mother Emanuel Church. Chris hielp de voorganger in de diensten; zijn zus deed mee in de aanbiddingsdans. Zijn moeder, Sharonda, was op weg om te promoveren in de behandeling van spraakstoornissen, maar ze ervoer een roeping en werd een paar jaar later tot voorganger gewijd. Daar genoot ze erg van; ze was meer bezig met bidden en bijbellezen dan ooit daarvoor.
In de maanden voor de schietpartij zag het leven er voor Singleton zonnig uit. Hij ging studeren en speelde in het honkbalteam van de universiteit. Hij deed belijdenis en kreeg verkering.
De schietpartij zette alles op z’n kop. Singleton nam in het gezin een vaderrol op zich voor zijn broer van 12 en zus van 15. Voor hen probeerde hij kracht en evenwicht uit te stralen; voor het oog deed hij het goed. Later besefte hij dat hij alleen maar het rouwproces van het gezin aan het uitstellen was.
Dat najaar werd hij profspeler bij de Chicago Cubs. Zijn zus en broer woonden een tijdje bij hem en zijn vrouw Mariana, terwijl hij het hele land doorreisde met het honkbalteam. Rond diezelfde tijd overleed zijn vader; toen stortte Singleton eindelijk in en nam hij tijd om te rouwen. Hij ging naar een psycholoog en begon tijdens de zomeen winterstop spreekbeurten te geven over zijn thema’s: eenheid en liefde.
Toen hij in 2019 stopte met professioneel honkbal, werd hij fulltime spreker. Biddend, zegt Singleton, kwam hij tot het besef dat het delen van zijn verhaal iets was wat hij ‘moest doen’.
Maar in de gepolariseerde politiek van Amerika heeft zijn hoopvolle boodschap de wind tegen. De laatste maanden krijgt hij minder uitnodigingen om te spreken, deels als gevolg van de grootscheepse bezuinigingen op diversiteitsbeleid, waaruit zijn spreekbeurten vaak werden betaald. Vorig jaar had hij zo’n 140 uitnodigingen; dit jaar rekent hij op ongeveer de helft.
En afgezien van dat praktische verschil lijkt het in deze tijd vechten tegen windmolens om te streven naar eenheid – en zijn onmisbare tegenhanger, gerechtigheid.
Publieke debatten over racisme verlopen in een sfeer van verdachtmakingen of ronduit vijandigheid. Online zijn de luidste megafonen in de handen van mensen die de realiteit van racisme en hoe dat vanuit de geschiedenis tot op vandaag doorwerkt, bagatelliseren. Zij staan ook meteen klaar om anderen om de geringste verspreking of misstap uit het verleden te cancellen.
Ook in de kerk lijkt het gesprek over raciale eenheid steeds meer op ‘een gevecht tussen hen die blind zijn voor de zonde van racisme en hen die geloofden dat racisme en seksisme de enige zonden waren’, zoals Justin Giboney, een kerkelijk activist voor sociale gerechtigheid, onlangs zei.
De kerken in Charleston zijn geen uitzondering op die landelijke trend. In heel de havenstad stuiten verzoeningspogingen op wegblokkades.
Na de schietpartij kwam een brede groep voorgangers – gereformeerd en charismatisch, zwart en wit – bij elkaar om een beweging voor verzoening op te richten. Onder de naam 1Charleston zetten vrijwilligers zich in voor actie, workshops, conferenties en gebedsavonden.
De stad heeft een pijnlijke raciale geschiedenis die verder teruggaat dan 17 juni 2015. In 1822 sloegen de autoriteiten van South Carolina er een slavenopstand neer, die werd geleid door Denmark Vesey, oudste in een voorloper van de Mother Emanuel Church. Vesey kreeg met 34 anderen de doodstraf; de kerk werd tot de grond toe afgebrand. Veertig jaar later losten zuidelijke troepen hier de eerste schoten van de Amerikaanse burgeroorlog, vanuit Fort Sumter in de haven.
‘Veel mensen vragen zich af: hoe kon dit hier bij ons gebeuren? Die vraag zette ons juist in beweging’, zegt Philip Pinckney, oud-voorganger van een multi-etnische kerk, die 1Charleston een aantal jaren leidde. ‘Hoe bedoel je: hoe kon dit gebeuren?’
Het werk van 1Charleston verliep niet zonder strubbelingen. De organisatie streefde naar multi-etnische kerken. Sommige zwarte voorgangers waren bang dat dit hun kerk zou leegzuigen.
Pinckney, die in Charleston is geboren en opgegroeid, zegt dat hij honderden keren met voorgangers aan de koffie heeft gezeten, meest witte. Na een paar jaar werd hij moe om alsmaar dezelfde gesprekken te voeren. Het voelde alsof hij eindeloos zijn best moest doen om witte voorgangers ervan te overtuigen dat racisme in hun kerk op de agenda moest komen.
‘De positiefste reactie was nog dat ze de hele tijd meer informatie wilden’, zegt Pinckney. Als hij bij hen bepleitte om zich uit te spreken tegen politiegeweld, zeiden ze dat ze ‘niet aan politiek wilden doen’. Eigenlijk kwam het erop neer dat ze zeiden: ‘Het is niet mijn probleem.’
Pinckney vertrok na een paar jaar en inmiddels bestaat 1Charleston niet meer. Hij legde ook zijn ambt neer, al blijft hij voorgangers stimuleren om zich uit te spreken over raciale gerechtigheid – voor hem de keerzijde van verzoening.
In Charleston en daarbuiten blijft dat makkelijker gezegd dan gedaan. In de afgelopen tien jaar zijn er drie bitter gepolariseerde presidentsverkiezingen geweest, de rassenprotesten van 2020, debatten over de vraag of er op school wel aandacht moet worden gegeven aan racisme, en snelle veranderingen in diversiteitsbeleid op universiteiten, in bedrijven en bij de overheid.
De steun van witte evangelicals voor Donald Trump brengt veel zwarte christenen ertoe zich af te vragen of er wel toekomst voor hen is in overwegend witte kerken.
Positief is wel dat de staat South Carolina een aantal symbolen uit de tijd van de burgeroorlog heeft weggehaald uit het publieke domein. Maar het congres van de staat houdt een wet tegen haatmisdrijven tegen, genoemd naar een van de slachtoffers van 2015; nabestaanden zijn daar terecht boos en gefrustreerd over.
De vasthoudendheid van Singleton en vele anderen herinnert kerken en christenen aan hun roeping: het verkondigen van de verzoening, zoals Paulus zegt (2 Korintiërs 5). Het is de kunst om niet toe te geven aan vermoeidheid en apathie.
Dit verhaal is met toestemming overgenomen uit Christianity Today.